Erfgoeddag 2019

EXTRA: Interview met Jos Van Immerseel

 

Erfgoedcel Brugge interviewde Anima Eterna Brugge-dirigent Jos van Immerseel

AMBACHTELIJK MAATWERK VOOR IMMATERIEEL ERFGOED: JOS VAN IMMERSEEL OVER MUZIKAAL VAKMANSCHAP

 

Ambachtelijk vakmanschap in de wereld van Anima Eterna Brugge: wat moeten we ons daarbij voorstellen?

Anima en ambachtelijk vakmanschap kan je op tal van manieren met elkaar verbinden. Op het vlak van de instrumenten die we gebruiken, bijvoorbeeld. Die zijn in heel wat gevallen het resultaat van een ambachtelijk proces, en worden vervaardigd in kleine ateliers waar men gepassioneerd en gespecialiseerd met instrumentenbouw bezig is. Deze bouwers zijn echte vaklui die op basis van studie en experiment tot schitterende resultaten komen.

De musici die de instrumenten bespelen zijn eigenlijk ook ambachtelijk bezig. Muzikant zijn draait niet om ‘vingergymnastiek’, zoals men soms wel eens denkt, maar stoelt op een studietraject waarbij het in ons geval – bij Anima, bedoel ik dan – ook gaat om historische context, harmonie, contrapunt...

Jos van Immerseel_Erfgoeddag 2019_2016_Pressiana Petia

"Muziek is een taal: als je de woorden niet begrijpt kan je niet zinvol spreken."

Noten kunnen lezen of spelen is niet genoeg: een musicus moet precies weten wat hij met die ‘tekst’ moet doen. Muziek is immers een taal: als je de woorden niet begrijpt, kan je niet zinvol spreken. Voor mij is ook dat een aspect van ons ambacht.

Tot slot zijn onze activiteiten sterk verbonden met de notie van ‘erfgoed’ in het algemeen: wij spelen muziek die is ontstaan in het verleden. Maar leven doet ze enkel als ze ook vandaag nog wordt gespeeld. Zolang ze in bibliotheken of archieven ligt opgeborgen, is muziek voor de meeste mensen niet meer dan een code, een soort hiërogliefenschrift dat een onverstaanbaar verhaal vertelt. Muziek vervult haar eigen belofte pas wanneer ze uitgevoerd wordt volgens de regels van de kunst, door mensen die die taal machtig zijn.

Jos van Immerseel_Erfgoeddag 2019_2016_Pressiana Petia

Dat is toch wel bijzonder aan muziek: er is natuurlijk het materiële aspect, maar ook het immateriële – de uitvoering – is essentieel om het erfgoed in stand te houden; door eeuwenoude composities op een goede manier uit te voeren, voeden we het collectieve geheugen. Het is dus belangrijk dat dit op een eerlijke en correcte manier gebeurt.

Op Erfgoeddag stel je je eigen verzameling historische klavieren voor. Hoe is het voor jou allemaal begonnen? 

Die klavieren zijn voor mij geen verzamelobjecten maar de instrumenten die ik nodig heb om muziek te kunnen spelen. Ik ben nooit opgestaan met de idee: “Nu ga ik een collectie beginnen!” Het is natuurlijk gegroeid en begonnen bij de vaststelling dat er naast de enkele klavieren die ik aanvankelijk bezat, nog veel meer soorten bestonden. In aansluiting met mijn orgelstudies – die me hadden geleerd dat elk instrument essentieel anders is – wekte die vaststelling mijn nieuwsgierigheid.

Een ander element was mijn confrontatie met instrumenten op concertpodia. Nieuwe klavieren zijn doorgaans technisch in orde, maar niet noodzakelijk mooi of interessant. Als je echter met historische instrumenten werkt, dan kom je wel eens terecht bij een klavier dat prachtig en bijzonder wordt geacht maar in de praktijk niet meer goed werkt: men heeft eraan gesleuteld zonder goed na te denken, moderne technieken op een ouder type toegepast, ... Dat soort wantoestanden maakte me zo moedeloos dat ik maar één oplossing zag: zelf de nodige instrumenten bij elkaar zoeken en die meenemen op reis!

Jos van Immerseel_Erfgoeddag 2019_2014_Anima Eterna Brugge

"Persoonlijk vind ik 17 klavieren echt voldoende: je moet alles ook nog kunnen onderhouden en met elk instrument een band opbouwen."

En zo is de verzameling langzamerhand geëvolueerd: er kwamen instrumenten bij, er werd wel eens eentje ingeruild omdat ik een beter exemplaar vond, etcetera. Inmiddels telt de collectie 17 klavieren. Vanuit de praktijk bekeken zouden er nog enkele bij kunnen om elk repertoire perfect te kunnen bedienen. Maar persoonlijk vind ik dit aantal echt voldoende: je moet alles ook nog kunnen onderhouden en met elk instrument een band opbouwen.


Waar komen de stukken in de collectie vandaan?

Om dat uit te leggen zou ik een boek moeten schrijven! Meer zelfs: de historiek van elk instrument is haast een boek op zich... Soms vind je een instrument gewoon bij een handelaar, maar dat komt eigenlijk zelden voor. Veilingen bezoek ik nooit: dikwijls zijn het visueel aantrekkelijke stukken, maar niet de meest interessante. Vaak worden mooie vondsten me gesignaleerd door een collega, of krijg ik iemand aan de lijn die zijn instrument te koop aanbiedt.

Jos van Immerseel_Erfgoeddag 2019_2015_Anima Eterna Brugge Dan komt er plots iets in beeld en moet ik zorgvuldig afwegen hoe bruikbaar, interessant, ‘gezond’ en betaalbaar die nieuwe aanwinst zou zijn. In mijn geval is het meestal zo dat ik via instrumentenbouwers op het spoor kom van een klavier. Vier klavieren in de collectie (waarvan één in bruikleen) zijn facsimiles die in opdracht zijn vervaardigd.